Een van de aardigste boeken van deze maand is Het Jongensboek, een Nederlandse bewerking van het Engelse The Dangerous Book for Boys.
Een nostalgisch boek voor vaders en grootvaders, die nog geleerd hebben hoe je een platte knoop moet leggen en hoe je je naam in het morse-alfabet moet seinen.
Voor de jongens van vandaag lijkt me die tijd een soort Verweggistan.
Maar in het boek staan ook verhalen over dinosaurussen en veldslagen, zaken die nu nog fascineren als je tien bent. Het is een boek dat appelleert aan het verlangen dingen te ontdekken, te bestrijden en te overwinnen.
Groots en meeslepend wil ik leven, zoiets. Typisch een Jongensverlangen.
Waarom is er eigenlijk geen dergelijk boek voor meisjes? Ik heb nog op de padvinderij gezeten waar we ook leerden vuur te maken en knopen te leggen. En voor het geval dat je verdwaalde, had je een kompas.
Maar misschien moet een Meisjesboek meer gaan over de spelletjes van vroeger, de poesie-albums, de spannende boeken die je las. En vooral over je kijk op jongens toen je tien was: die stoerdoenerige wezens, die je omverliepen (niet leuk) of achter je aan liepen (wel leuk). Dat was ook een soort ontdekken van de wereld. Een andere wereld dan die van Het Jongensboek, maar niet minder echt.
UPDATE 25 februari
Ik lees nu in Opzij (februari 2008) dat er inderdaad een Meisjesboek is uitgebracht. Er zijn er zelfs twee: het Engelse The Great Big Glorious Book for Girls en het Amerikaanse The Daring Book for Girls. Het laatste komt in augustus in de Nederlandse vertaling uit bij uitgeverij De Harmonie.